Inhoud / Product
Prijsaanvraag
Downloads
Montagehandleiding
Toelating
Gastenboek
Contact / Impres.

 

  

Montageaanleding dubbelwandig

complex D

montageaanleding dubbelwandiges system complex D

De system ,,complex D“ is een universelles drieschaliges (isolertes) system voor de afleding van afgasen uit

Wärmeverwekker.

De system is

          • fuchtongevoelig,

          • roetbrandbestandig,

          • geschikt voor onderdruk en overdruk (met dichtingen tot 5000 Pa).

Het is  voorgezijn voer de aanbouw

          • binnen in de gebouw,

          • buiten aan de gebouw zodra

          • aan de draagconstructie.

Principieeler upbouw (loodlijner deel)

Op de fundament of de overeenkomende sokkelelement of de muurconsole word de bodemplat  opschroeven. Daarop word de proefopening gestekt. Uit de bouwlijken  zaken, aansluithoogte de verbindingsleding en de hoogte van de schoorsteenpoot, als resultaat, of de proefopening  direct op de vuuraansluiting gestekt word of een lengteelement (L10, L5, L3 of een ontsprekendes kortbares lengteelement) als tussenstuk aanwending vindet. Alternativ kan als proefopening ook de combinatie bodemplat voor tussenstut met daronder bevestigen roetpot opgebout worden, als de vrije plat onder de vuuraansluit niet uitreiken, een proefopening te setten (afsprak met de bevoegende gebiedschoorsteenmeester voor bouwbegin vereist).

Tot scheiden de kortbaren lenteelementen is de uiteenander te trekken. Daan worden binnenschal en buitenschal, met en tornscheijve voor edelstaal, en de warmteisolering met en mess op maat te korten. Het is notitie nemen van, daar de muf niet worden afgesneden! Daarna word de bouwdeel weer samengesteld.

Over de vuuraansluit worden, de overeenkomend de schoorsteenhoogte vereisten lengteelementen montert. Op de laatste lengteelement is een mondingsafsluit (M) of een afstromkop (AST) of een regenkap (RH) optestekken.

Tussen je twee elementen is de stekverbinding door een klemband to beveiligen (Uitzondering: mondingsafsluit / regenkap / afstromkop). Minstens alle 4 m is de afgasaanleg middels muurhouder te bevestigen. De vrije uitkraging boven de laatste muurhouders maach de diameter 400 mm  3 m und diameter 400  2,5 m niet overschrijden. Aansonste zijn kabelafspanningen of een kraagarm vereist.

Wij aanbevelen, bij afstaand van de muur grooter als 250 mm en bij nominale waarde grooter als 200 mm de heele afgasaanleg op een sokkelelement of een bouwzijdigen sokkel optebouwen. Bij laatstem is de vrije opledingsmogelijkheid evtl. aanvalende condensatie te beachten.

De afgasaanleg maag eenmaal scheefgevoert worden (max. 30°). Boven de scheefvoering is een tussensteun vereist, als de hoogte der afgasaanleg over de scheefvoering meer daan ca. 1 m bedraagt, aansonsten rijk een muurhouder. Tussensteun zijn in het gegeven geval ook bij grooten bouwhoogten en grooten nominale waarde vereist. Hier is de informatieblad " Maximal statische Montagehöhen und Abstände" te beachten.

Met de toestandigen gebiedschoorsteenmeester is bij de planing te klaren, ob een proefopening boven bij de schoornsteenmonding vereist is. Bij de muur uit brandbaren materialien mut een dubbelzijdiges, isolerte lengteelement in de gebouw voeren, eerst binnenhalv de verbindingsleding eenzijdig vedergevoerd worden. Bestaad de muur uit nietbrandbaren bouwstoffen, kan de overgang tot eenzijdigen deel ook im bereik de muur gebeuren.

Op den vuuringsaansluit respectievelijk bij de overgang van de drieschaligen op de eenzijdige uitvoering is de "overgangstuk incl. abdekking de warmteisolering" Eü oder de gelijkaardige met konischem overgang EÜK of de "overgangstuk incl. afdekking de warmteisolering met muurvoer" EÜWF te aanwenden.

Word de aanleg door een dak of en dakvoorsprong gevoert is ontsprekelijk de dakneging eene dakdoorvoering in de dak een te bouwen. De verblijvenen ringspleet tussen de buitenzij de dubbelzijdigen afgasaanleg en de dakdoorvoering is met eenem regengraag tegen binnendringendes regenwater te beschutten. Deze moet etwa 3-4 cm bovenhalv de dakdoorvoering aangeschroefd worden. Aanbevolen  is, deze doorvoering te achterventileren. Aan de onderzij van de dakvoorsprong  maak een tweedeelige afschermplaat bevestigt worden, de deze achterventilatie toelaat. Volgends FeuVO is bij deze doorvoering door een dakvoorsprong een mindestafstand naar de balk en brandbaaren bouwdeelen gelijksoortig upmaatingen van 2 cm eentoehouden.

Een aanrakingschut van deze afgasaanleg is volgends DIN 18160-1, uitgave december 2001 maar vereist, als bij bepalendvolgende bedrijf de vuuringsaanlag de overvlakttemperatuur meer als 70 °C bedragt en eene onbedachtzaame aanraking niet uitgesloten worden kan. In deze vaal is bij een hooogte von 2 m over de vloer respectievelijk omgangvlakte te voeren. Hier is de informatieblad "Tabelle der Oberflächentemteraturen" te beachten.

De afstand to brandbaaren bouwdeelen van 50 / 75 mm van de buitenschale isolerter aanlegen is ontsprekkend de zertifeziering naar EN 1856-1 bij aanbouw de afgasaanleg an de muur uit brandbaaren bouwdeelen eentehouden. Uitzondering moeten  met de bevoegende gebiedschoorsteenvegermeester afgestemt worden. Geringere afstande zijn volgend vuuringsverordening moogelijk. Bij nietbrandbaaren muuren  bedraagt de mindestafstand 50 mm.

Maatstaf voor de uitvoering de aanleg zijn de verklaring in de productinformatie de konformitätsverklaring.
CE: D-0036 CPD 90216 001 / 2004; D-0036 CPD 90216 003 / 2004

 
 
 
 
 
 
 
Bij vragen of aansporing tot deze Website kunt  u een E-Mail senden aan:                     info@schornstein-wilde.de 
Copyright © 2003 Schornsteintechnik Olaf Wilde
Stand: February 20, 2008